DHPA: 'Opsporingsinstanties dwingen internetbedrijven ten onrechte radicaliserende content offline te halen'

14-10-2014 | door: Wouter Hoeffnagel

DHPA: 'Opsporingsinstanties dwingen internetbedrijven ten onrechte radicaliserende content offline te halen'

Opsporingsinstanties dwingen internetbedrijven steeds vaker 'radicaliserende content' te verwijderen, zonder dat hierbij een gerechtelijk bevel wordt overhandigd. Michiel Steltman, voorzitter van de Dutch Hosting Provider Association (DHPA) trekt tegenover het Financieel Dagblad aan de bel en waarschuwt voor een onwerkbare situatie.

"Wil de overheid bedrijven bijvoorbeeld verplichten jihadisme in de algemene voorwaarden op te nemen? En hoe beoordeelt een hoster wat ongewenst is?", zegt Steltman. De DHPA-voorzitter is dan ook niet te spreken over de ontstane situatie.

Geen vervolging
Het Openbaar Ministerie zou veel van de verdenkingen die door het ministerie van Justitie worden aangedragen niet als strafbaar te beoordelen. Hierdoor wordt niet tot vervolging over gegaan en de verdenkingen dus ook niet rechterlijk getoetst. Om filmpjes of documenten toch offline te krijgen zou het Openbaar Ministerie daarom internetbedrijven onder druk zetten de content op eigen houtje te verwijderen.

Steltman zegt dat internetbedrijven echter niet op de stoel van de rechter kunnen gaan zitten. De bedrijven kunnen en willen niet beoordelen of content strafbaar is. De sector zou onder andere vrezen verantwoordelijk te worden gesteld door eventuele gedupeerden, waardoor de bedrijven veel schade kunnen oplopen.

'Verantwoordelijkheid van internetbedrijven'
Dick Schoof, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), zegt tegenover het FD dat het de verantwoordelijkheid is van internetbedrijven om de inhoud van websites te toetsen aan de eigen gebruikersvoorwaarden. De DHPA is het hier niet mee eens. Steltman hoopt dan ook dat internetbedrijven en het ministerie van Justitie tot beter procedures komen op dit gebied.

Terug naar nieuws overzicht