De digitalisering van Nederland vergt nieuwe vormen van samenwerking
01-11-2018 | door: Martijn Kregting

De digitalisering van Nederland vergt nieuwe vormen van samenwerking

Met de veranderingen in Nederland door digitalisering van economie, onderwijs en samenleving moet ook de overheid veranderen. Meer focus op samenwerking binnen ministeries, meer samenwerking met partijen in de private sector, onderwijs en wetenschap. Belangenorganisaties zoals DINL spelen hier een duidelijke rol door over sectoren heen praktisch mee te denken over Nederland als digitale mainport nu en in de komende jaren, stelt Jos de Groot van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Nu is Jos de Groot nog directeur Telecommarkt bij het Directoraat Generaal Energie, Telecom en mededinging van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Dat gaat veranderen. Nog dit najaar bundelt zijn directie de krachten met andere organisatie-onderdelen tot de Directie Digitale Economie, bij het Directoraat Generaal Bedrijfsleven en Innovatie. Die nieuwe directie richt zich in samenwerking met andere departementen op de digitalisering in Nederland vanuit een zo breed mogelijk perspectief. De Groot is daar enthousiast over: “Ik denk dat het een goede stap is om de gevolgen van digitalisering voor economie en maatschappij goed op te kunnen pakken.”

Extra aandacht

De komende jaren geeft EZK speciale aandacht aan drie thema’s in het beleid en in de samenwerking met stakeholders:

  • Verdienvermogen van de economie
  • Energietransitie
  • Digitale transitie

“De nieuwe directie Digitale Economie kun je zien als een hergroepering van de troepen om de digitalisering van Nederland in goede banen te leiden”, zegt De Groot. De grote lijnen en rode draden van de overheidsrol zijn de afgelopen maanden in verschillende interdepartementale samenwerkingsverbanden ontwikkeld.

Half juni presenteerden staatssecretaris Keijzer (EZK), minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en staatssecretaris Raymond Knops (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Die bundelt 24 ambities waarmee het kabinet onder andere het verdienvermogen van Nederland wil versterken, wil zorgen voor betere digitale vaardigheden, meer digitale innovatie en meer cyberveiligheid in de maatschappij. Onlangs publiceerde het Overheidsbrede Beleidsoverleg Digitale Overheid de agenda NLDigibeter. In april verscheen al de Nederlandse Cyber Security Agenda van de minister van Justitie en Veiligheid, waar ook EZK en BZK aan meewerkten.

“Er bestonden al langer plannen en agenda’s bij veel ministeries”, aldus de Groot. “Het ontbrak alleen vaak aan een overkoepelend raamwerk voor samenwerking binnen de hele overheid. Dat is terecht veranderd. Dit kabinet bundelt initiatieven om meer focus aan te brengen. Dat doen we niet binnen een departementale koker, maar met elkaar. Zo’n Digitaliseringsstrategie is een raamwerk, geen blauwdruk voor de komende jaren. Het zijn uitgangspunten die we in publiek-private samenwerking praktisch vorm willen geven met kennisinstellingen, brancheorganisaties en maatschappelijke organisaties, maar ook met koepels als DINL.”

Nederland sterke uitgangspositie

Nederland heeft volgens De Groot een sterke uitgangspositie als digitale mainport in Europa. De communicatie-infrastructuur is daarbij een sterk onderscheidend punt, evenals kennishubs, zoals die in Eindhoven, en het grote aantal technologische startups. “Mooie uitgangspunten. Maar er is meer nodig om die sterke positie ook te behouden voor de toekomst. Er ontstaat veel meer behoefte aan connectiviteit en datacentrumcapaciteit. Door digitale toepassingen in allerlei domeinen zullen ook veel hogere eisen worden gesteld aan continuïteit, betrouwbaarheid, latency en beveiliging van verbindingen. Nu is dus niet de tijd om in slaap te sukkelen, maar om de kansen en uitdagingen van digitalisering voor economie en maatschappij op te pakken.”

Met de zorgsector als voorbeeld vertelt De Groot wat hij bedoelt. Er zijn veel onvervulde vacatures, voor verpleegkundigen, specialisten en alles daar tussenin. De overheid kan een stukje van de oplossing aandragen, onder meer met innovatiesubsidies, het wegnemen van juridische belemmeringen of het introduceren van regels om de rechten van patiënten in een digitale omgeving te waarborgen. “We moeten daarbij voor ogen houden dat digitalisering in de zorg ook nieuwe kansen biedt. Nederland speelt een belangrijke rol op het gebied van robotica in de zorgsector. Als we het goed aanpakken, kunnen we onze kennis en producten op termijn ook naar het buitenland brengen.”

Kritiek op digitaliseringsambities

Er kwam veel kritiek vanuit het bedrijfsleven op de Digitaliseringsstrategie. Ook vanuit het DINL. Zo zouden de doelen niet ambitieus genoeg zijn en te weinig onderscheid gemaakt worden tussen specifieke behoeften van mkb versus enterprise. Hoe kijkt De Groot hier tegenaan?

“Ik denk dat de Digitaliseringsstrategie een belangrijke stap weg is van het oude adagium. Dat het vooral vanuit het bedrijfsleven moet komen en de overheid hier een faciliterende rol speelt. De digitalisering van Nederland vergt nieuwe vormen van samenwerking en meer regie op die transitie. De rol van de overheid verandert daarbij. EZK treedt graag op als netwerkpartner, om samen met bedrijven aan oplossingen te werken. We zijn voorstander van publiek-private samenwerking en zelfregulering waar het kan, en regelgeving alleen waar het moet. Dan kan er vanuit de overheid ook sneller gehandeld worden.”

Soms gaat het nu nog te traag, meent De Groot. “Kijk naar de Europese telecomregulering. Daar is jaren over onderhandeld. Nu zijn we er uit, maar dan duurt het nog steeds 2,5 jaar voordat die ingaat. Digitalisering gaat veel sneller dan dat. Dus moet er ook eerder en verregaander samengewerkt worden tussen overheid en bedrijfsleven. Dat is waar de Digitaliseringsstrategie de aanzet voor geeft. In een ideale wereld zou een gedetailleerde blauwdruk mogelijk zijn, in de realiteit van vandaag de dag is een stap-voor-stap invulling beter.”

Resultaat van samenwerking, overleg

Een concreet voorbeeld van zo’n praktische invulling noemt De Groot het Digital Trust Centre. Dat is opgezet vanuit de overheid, als resultaat van samenwerking met een veelheid aan partijen, waaronder DINL. Voor informatie-uitwisseling en overleg tussen overheid en organisaties met kritische infrastructuren hadden we al het NCSC. Het DTC is er juist voor tips en adviezen aan het mkb. Men moet wel zelf de mouwen opstropen, maar het DTC biedt veel handvatten en oplossingsrichtingen. Dat wordt de komende tijd verder uitgebreid.”

Ook de Roadmap Veilige Hard- en Software die staatssecretaris Keijzer van EZK – mede namens V&J – presenteerde, moet in de praktijk goeddeels samen met het bedrijfsleven worden ingevuld. De ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Justitie en Veiligheid willen met publieke en private partijen deze roadmap blijven (door)ontwikkelen en uitvoeren.

Ministerie-overstijgend thema’s oppakken

De Groot realiseert zich dat ook de overheid vaak nog werkt in afzonderlijke silo’s, met als mogelijk gevolg het risico op uiteenlopend beleid of soms dubbel werk. Dit wordt de komende jaren aangepakt door ministerie-overstijgend thema’s op te pakken, waaronder kunstmatige intelligentie, data en privacy of security. Zo kan de overheid tot één coherent beleid komen, waarbij ministeries kunnen leren van elkaar en ook van de voortgang in de diverse domeinen als mobiliteit, zorg, smart industrie en energie.

De Groot: “We slaan niet door. Het beleid zal overkoepelend zijn, maar elk ministerie, elke overheidsdienst heeft zijn eigen sterke punten en zal zijn eigen stuk oppakken. EZK voert de regie op een aantal gebieden, maar wij gaan niet aansturen en al helemaal niet alles zelf doen. Dus voor Cybersecurity neemt Justitie & Veiligheid het voortouw en Binnenlandse Zaken bij de Digitale Overheid.”

DINL verfrissende kijk

De afgelopen jaren heeft EZK in toenemende mate geprofiteerd van het meedenken van DINL, vertelt De Groot. “DINL vertegenwoordigt een soort onzichtbare laag over afzonderlijke sectoren heen – of onder die sectoren door, net hoe je het bekijkt. Ze hebben een verfrissende kijk op zaken. Enerzijds kijken ze breder dan één segment of doelgroep, zoals de ICT-sector of de werkgevers. Anderzijds denken mensen zoals Michiel Steltman ook heel concreet en constructief mee. En dat mag dan best kritisch. DiNL is bij voorbeeld een belangrijke partner bij de aanpak van kinderpornonetwerken en Abusebestrijding 2.0. We zijn met een aantal partijen bij elkaar gaan zitten en daar zijn hele concrete en succesvolle acties uit voortgekomen.”

DINL is bovendien een brancheorganisatie, waar veel sectoren een voorbeeld aan kunnen nemen, meent De Groot. “Zij zetten echt de stap van belangenbehartiging naar samenwerking. Dat is een groot goed in een digitaliserende wereld,” vindt De Groot. “Vaak zitten we aan tafel met traditionele belangenorganisaties die door hun herkomst en achterban een beperkte visie hebben op digitalisering. Daarnaast heb je een groeiend aantal platforms als Facebook, Google, Booking, AirBnB, Uber, die eigenlijk te groot zijn voor het beleid van één land. Zij vinden zichzelf geen IT bedrijf, maar ook geen horeca- of taxibedrijf. Als publieke belangen in het geding komen blijken bestaande regelgeving en handhaving bij hen niet goed te werken: geen taxivergunning, geen horeca-diploma, geen aansprakelijkheid. Ze zijn zichtbaar voor het publiek, maar nauwelijks georganiseerd als branche of sector – en ze hebben daar ook weinig zin in, lijkt het. In die nieuwe constellatie is een partij als DiNL wél een goed georganiseerd aanspreekpunt voor de overheid.”

De komende jaren blijven organisaties zoals DINL belangrijk door hun brede kijk op ontwikkelingen, benadrukt De Groot. “Zij kunnen vragen, behoeften en ideeën aggregeren uit allerlei sectoren en daar gemeenschappelijke elementen uit distilleren. Maar ze kunnen ook helpen identificeren waar die behoeften uiteenlopen en een specifieke aanpak vereisen. Niet elke mkb-organisatie zal dezelfde security-behoeften hebben, maar het Digital Trust Centre zal wél ieder van hen concrete handvatten moeten kunnen bieden.”

Auteur: Martijn Kregting

Terug naar nieuws overzicht