20-06-2019

Dertig jaar werkplektransformatie

Van server based computing naar een intelligente persoonlijke werkomgeving. 

Dankzij de digitale revolutie is de manier waarop we werken in de afgelopen 30 jaar enorm veranderd. De informatietechnologie is sterk verbeterd, maar de meest opwindende stap komt nu pas in zicht: het moment waarop technologie naar de achtergrond verdwijnt en de focus volledig komt te liggen op de productiviteit van werknemers.

1989 was nogal een jaar. De Berlijnse muur ging om. Tim Berners-Lee bedacht het Wereld Wijde Web. De eerste GPS-satelliet ging de lucht in. Nintendo lanceerde de Game Boy. De Dalai Lama kreeg de Nobelprijs voor de Vrede. En in Richardson, Texas, begon Ed Iacobucci met 5 engineers een softwarebedrijfje genaamd Citrix.

De jaren tachtig waren de jaren van de opkomst van de personal computer. Tot die tijd vertrouwde de zakenwereld op mainframes: enorme kasten waarin het geheugen van de eerste commerciële computers letterlijk stond te draaien. Doordat de onderdelen voor dergelijke systemen snel kleiner en goedkoper werden, ontstond in die jaren het idee dat iedere werknemer ooit over zijn eigen persoonlijke computer zou kunnen beschikken. 30 jaar later lopen we allemaal rond met oplossingen op zakformaat die stuk voor stuk meer rekenkracht hebben dan een datacenter vol mainframes uit die beginperiode.

De personal computer was meer dan een succes. Maar op de werkvloer verliep die revolutie niet zonder discussie. Iacobucci, die zelf bij IBM vandaan kwam, vond het idee van een volledige pc op ieder bureau om meerdere redenen niet per se aantrekkelijk. Kosten, bijvoorbeeld: zo’n pc staat grote delen van de tijd niets te doen of ver onder zijn capaciteit te presteren. Maar ook beheersbaarheid: hoe houd je als bedrijf controle over een heel leger van individuele apparaten? En hoe zorg je dat al die medewerkers met al die pc’s nog op een goede manier met elkaar kunnen samenwerken?

SBC

Iacobucci wilde een andere kant op. De eerste oplossing van zijn nieuwe bedrijf was een versie van OS/2 die mensen in staat stelde samen aan dezelfde documenten te werken. In 1995 werd dat Citrix WinFrame, een multi-user platform voor Windows NT. Wat Iacobucci voor ogen had, was wat we nu Server Based Computing noemen: een centraal beheerde omgeving waarin werknemers optimaal kunnen samenwerken. Het resultaat was onder meer het bekende ICA-protocol (Independent Computing Architecture), een platformonafhankelijke oplossing voor SBC.

Het thin client model dat daaruit voortkwam, werd eind jaren 90 razend populair. In de jaren die volgden is het model verder uitgebouwd, met onder meer server- en desktopvirtualisatie, cloud en IaaS, en niet te vergeten mobiliteitsoplossingen: allemaal technologie die erop gericht is ervoor te zorgen dat werknemers effectiever kunnen werken, onder alle omstandigheden, waar en wanneer ze dat willen.

Waar de ontwikkeling van de werkplek aanvankelijk nog sterk verbonden was aan het bedrijfsmodel, verschoof het accent in de jaren na de eeuwwisseling richting eindgebruiker. Termen als Bring Your Own Device (BYOD) en de ‘consumerization of IT’ gaven aan dat organisaties niet alleen op zoek waren naar alternatieve manieren om werkplektechnologie te beheren, maar ook dat werknemers steeds meer vrijheid kregen om zelf te bepalen hoe ze hun werk het best konden doen.

De kracht van de consument

Apple gaf met zijn iPhones en iPads een enorme impuls aan die ontwikkeling, niet in de laatste plaats doordat een golf aan bestuurders hun nieuwste gadgets ook voor werk wilden kunnen gebruiken. De opkomst van vaste en mobiele internetverbindingen (en de app stores van Apple en Google) zorgde er bovendien voor dat werknemers thuis plots konden kiezen uit een snel uitdijende verzameling nieuwe en uiterst gebruiksvriendelijke consumententools.

Een gelukkige bijwerking was dat daarmee het besef doordrong dat niet iedere gebruiker even productief is met dezelfde toepassingen: het ‘one size fits all’ model, waarmee de meeste leveranciers gewend waren hun markt te benaderen, bleek ook op de werkvloer niet de manier om mensen gelukkig te maken. Voor optimale productiviteit moest de werkomgeving zó worden ingericht dat iedere werknemer op iedere plaats en elk moment zijn of haar werk kon doen, met de tools die ze daarvoor zelf hadden uitgekozen.

Die roep werd nog eens versterkt door de opkomst van de cloud. Cloud stelt organisaties in staat veel sneller nieuwe oplossingen in gebruik te nemen, zonder dat daar maanden - of zelfs jarenlange implementatietrajecten - aan vooraf hoeven te gaan. IT-management wordt bovendien een stuk eenvoudiger in de cloud. Inmiddels zijn IT-oplossingen die ‘as a Service’ worden aangeboden heel gewoon geworden.

De algemene verwachting is dat het grootste deel van de werkplekoplossingen in de nabije toekomst uit de (multi)cloud wordt afgenomen. De grote uitdaging zit nu vooral in de omgang met de tussenfase, waarin organisaties moeten schipperen tussen legacy-applicaties, waarvoor ze voorlopig nog vastzitten aan ‘on-premises’ en de nieuwe wereld van de cloud. Er is een nieuw tijdperk in zicht, waarin iedereen de vrijheid heeft zijn eigen talenten maximaal te benutten met de tools die daar het best op aansluiten.

Context en intentie

Het lijkt alweer zo lang geleden, maar toen ik opgroeide (hier, in Nederland) hadden we twee tv-kanalen, geen mobiele telefoons, geen internet. Kleuren-tv was zeldzaam, er waren geen pc’s, geen interfaces waarmee we computers vanuit onze hersenen konden aansturen, geen sociale media, en al helemaal geen augmented reality. Generatie Z, die nu de arbeidsmarkt binnenstapt, heeft waarschijnlijk eerder leren tweeten dan praten. Wat heet, ze kropen waarschijnlijk recht uit de buik naar de smartphone van hun moeder om hun eerste pasjes op YouTube te kunnen zetten.

Die hoge handigheidsgraad van de jongste generaties en hun mobiele toepassingen verandert veel aan de manier waarop we werken. Opvallend genoeg nemen ze daar de andere generaties in mee. De wereld ontwikkelt zich zo snel dat generatiekloven verdwijnen en iedereen op zoek gaat naar tools die de productiviteit verhogen, maar die ook gewoon fijn zijn om te gebruiken.

Mensen werken tegenwoordig in een dynamische omgeving, die niet meer draait om technologie, maar waarin gebruikers centraal staan. Werknemers eisen dat hun werkomgeving zich aanpast aan hun wensen. Als antwoord krijgen ze een intelligente digitale oplossing die de context begrijpt waarin ze werken en anticipeert op hun behoeften. Dat begrip van de intentie en de context van de gebruikers maakt de werkervaring niet alleen veel gebruiksvriendelijker, maar zorgt ook dat technologie veel minder afleidt van hun kerntaken, zodat ze die vele malen effectiever kunnen uitvoeren.

Die focus op productiviteit en werkplezier is cruciaal. Veel te lang zijn eindgebruikers ondergesneeuwd door deeloplossingen, die allemaal een functie hebben, maar stuk voor stuk de onverdeelde aandacht van hun gebruiker vragen. Grote ondernemingen maken gemiddeld gebruik van 500 tot wel 5.000 verschillende applicaties, en geen van al die toepassingen is ontworpen om een eindgebruiker een plezierige gebruikservaring te geven, laat staan dat er een herkenbare en intuïtieve werkomgeving door ontstaat.

Gelukkig zijn we in 30 jaar al ver gekomen. De volgende stap in de evolutie van de werkplek is een productiviteitslaag over al die applicaties die gericht is op de ervaring van de eindgebruiker, in plaats van op de technologie of de taak. Door te voorkomen dat eindgebruikers voor iedere taak in een heel nieuwe omgeving en context verzeild raken, verbeteren de productiviteit en de gebruikservaring aanzienlijk. Dat leidt niet alleen minder af en kost minder tijd, maar verbetert ook de kwaliteit van het werk en helpt kenniswerkers een veel effectievere bijdrage te leveren aan de organisatie.

Jeroen van Rotterdam is Executive Vice President of Engineering bij Citrix

Terug naar nieuws overzicht