Energietransitie en de (juiste) data

25-02-2020 | door: Wouter Hoeffnagel

Energietransitie en de (juiste) data

Afgelopen week kwam het bericht in de media dat de energietransitie voor huiseigenaren duurder uit zou vallen dan berekend. En dat dat vooral de kosten voor de burger zouden zijn. Nu betalen we als burgers eigenlijk bijna alles al in dit land, dus die toevoeging is een soort pleonasme. Maar voor velen is die hele transitie een onoverzichtelijk complex gebeuren.

Sjoemelstroom

We willen ons energieve­rbruik omlaag brengen en de opwekking meer sustainable maken. Duurzaam vind ik eigenlijk een verkeerd woord, het betekent ‘weinig aan slijtage of bederf onderhevig’. Het Engelse woord sustainable – instandhouding – vind ik veel beter. Duurzaam is ook een modewoord geworden. De elektrische auto die zo ‘duurzaam’ is omdat hij geen verbrandingsmotor en dus geen uitlaatgassen heeft. Maar wel op afstand gevoed met stroom uit gas- en kolencentrales die wel uitlaatgassen hebben. En wel met een lithium-ion-accu waarvan de zeldzame aardmetalen met kinderarbeid zijn gewonnen met een vergiftigde en radioactieve woestenij als gevolg. Uiteindelijk niet zo erg sustainable in mijn opinie.

In Duitsland ontstaat in vieze bruinkoolcentrales grijszwarte stroom die wordt geëxporteerd naar Noorwegen. Daarmee wordt water opgepompt in fjorden, waarna het vallende water ‘opeens’ groene elektriciteit levert. En dat wordt trots met groensubsidies in Nederland verkocht.

Duurzaam is vaak helemaal niet zo duurzaam. De etalage is mooi, maar het proces daarachter – denk aan biocentrales – totaal niet. Er is helaas veel sjoemelstroom: alternatieve routes waar handelaren in zowel het voortraject als natraject profiteren van de naïeve subsidies die utopisch denkende politici in het leven hebben geroepen. Op kosten van de argeloze burger die volgens hen ‘duurzaamheid’ hoog in het vaandel moet hebben staan en dus de rekening wel betaald.

Energie is complex

De energiewereld is een technische wereld die gigantische vermogens opwekt, distribueert en gebruikt. Een met pijpen en kabels complex verbonden wereld die voor veel mensen en politici onzichtbaar en onbevattelijk is. Het totale gebruik van energie door de mens op aarde is ongeveer 500.000 PJ. Daarvan gebruiken we in Nederland ongeveer 0,6%, een slordige 3100 PJ. Een Peta Joule is 1015 – tien tot de vijftiende – Joule, de internationale eenheid van energie.

De overheid focusseert zich vooral op de 13 procent energiegebruik van de huishoudens. Om dit te begrijpen is er een mooi overzicht van alle energiestromen in dit diagram van het Compendium voor de Leefomgeving te vinden. We importeren 11.000 PJ aan ruwe energie, we winnen zelf nog 2000 PJ, we exporteren daarvan weer 10.000 PJ en we gebruiken als NL uiteindelijk maar 3100 PJ.

Die 3100 PJ aan ruwe energie die we binnenlands gebruiken, wordt statistisch (exclusief transport, verliezen etc) vertaald naar 2100 PJ formeel energetisch eindverbruik. Hiervan gebruikt landbouw, industrie en energiesector tegen de 70%, verkeer en vervoer 15% en de huishoudens een magere 13% (slechts 4% van alle elektriciteit en 9% van alle aardgas).

Juiste data vinden is lastig

In het VIVET-rapport van februari 2019 (Voorstellen om de Informatie Voorziening Energie Transitie te verbeteren) wordt ingegaan op de tekortkomingen in de data die momenteel beschikbaar zijn om deze transitie goed te beoordelen. Dit rapport is opgesteld door RVO, Rijkswaterstaat, PBL, Kadaster en CBS onder auspiciën van de ministeries EZ en BZK. In het rapport staat helder dat de relevante data voor deze transitie momenteel is verspreid onder veel organisaties en op uiteenlopende wijze is ontsloten. Dit maakt het lastig om te verzamelen en te beoordelen. Daarnaast zijn er doublures in de verschillende bronnen zonder dat duidelijk is waardoor die verschillen worden veroorzaakt. Mede door verschillend gehanteerde definities leidt de combinatie van die data logischerwijs tot inconsistentie.

Daarnaast, gaat het rapport verder, is er geen openbare data beschikbaar over energiesystemen als warmtenetten en zit wet- en regelgeving ‘in de weg’ voor gebruik van de data voor ondersteuning van de energietransitie. ‘Tenslotte’ zijn kentallen en methoden (bijvoorbeeld CO2 accounting) niet eenduidig en gevalideerd, waardoor de uitkomst van de modelberekeningen voor RES’en en warmteplannen aan eenduidigheid inboeten.

In mijn eigen woorden: onze overheid tast wat betreft de beschikbaarheid en juistheid van veel data voor deze transitie serieus in het duister. Het rapport concludeert: (citaat) “ . . . er zijn momenteel omvangrijke tekortkomingen (informatiegaps). De inspanningen die nodig zijn om die tekortkomingen weg te nemen, variëren van beperkt tot omvangrijk en tijdrovend.” (einde citaat).

Open data is het zwarte goud

In mijn blog van afgelopen week schreef ik dat open data het zwarte goud van de 21ste eeuw is. Het VIVET-rapport maakt duidelijk dat zelfs in een belangrijk dossier als de energietransitie onvoldoende data en/of inzicht in die beschikbare data een flinke tekortkoming betekent voor de energieplannen van de overheid. En dat het wegnemen van die tekortkomingen een omvangrijke en dus tijdrovende activiteit zal zijn.

Op Europees niveau is begin deze eeuw veel goede wetgeving aangenomen om méér open data op méér gestandaardiseerde wijze voor burgers en bedrijfsleven beschikbaar te stellen. Waar natuurlijk de overheid, als verantwoordelijke, ook direct zelf van zou profiteren. Echter mede door de noodwetten na de crisis in 2008 zijn dit soort nieuwe initiatieven op veel gebieden achterwege gebleven.

Ook de weg naar een alomvattend data-platform voor de nieuwe omgevingswet die in 2021 wordt ingevoerd, is een riskant avontuur aan het worden. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) moet het alle gemeenten mogelijk maken om alle ruimtelijke plannen te publiceren en in ontvangst te kunnen nemen. Ook hier weer is de beschikbaarheid van de juiste, gevalideerde en gestandaardiseerde open data cruciaal. Zo zijn ook de discussies over stikstof en PFAS vaak terug te leiden naar gebrekkig aanwezige open data en/of te weinig inzicht in de wel beschikbare omgevingsdata.

Fortierra

Gelukkig hebben we bij Fortierra de afgelopen tien jaar niet stil gezeten en vooruitlopend op wettelijke kaders, digitale ontwikkelingen en economische noodzaak een leiderschap ontwikkeld op het gebied van het kunnen verzamelen, standaardiseren en valideren van data uit meer dan 450 Nederlandse open databronnen op basis van UN, EU, NL en gemeentelijke wetgeving.

Dit leiderschap betreft niet alleen het verzamelen en de opwerking van data tot relevante woonproducten, maar ook de creatie van verwante informatieproducten voor leefomgeving, energiegebruik en thuiszorg.

Door: Hans Timmerman (foto), directeur van Fortierra

Terug naar nieuws overzicht