Magie en realisme rond innovatie met robots en AI

Magie en realisme rond innovatie met robots en AI

Magie en realisme rond innovatie met robots en AI

Marco van der Hoeven

05-05-2020 | door: Marco van der Hoeven

Magie en realisme rond innovatie met robots en AI

Het verschijnsel Deus ex Machina is het onverwachte einde van een klassiek Grieks toneelstuk, waarbij een god neerdaalt op het podium om het verhaal te besluiten. In een variant hierop is het ook de titel van een van de beste films over AI en robotics, Ex Machina. Het zou nu een goede metafoor kunnen zijn voor de manier waarop tijdens de coronacrisis wordt aangekeken tegen de mogelijkheden van technologie. Soms realistisch, maar soms ook met veel te hooggespannen verwachtingen.

De coronacrisis is een enorme klap voor de economie. Ook de technologie wordt hard geraakt, op allerlei gebieden. Een van de eerste zeer zichtbare donkere wolken was het afzeggen van het Mobile World Congress in Barcelona dit voorjaar, met alle gevolgen voor de economie van de Spaanse stad van dien op het gebied van inkomsten en werkgelegenheid. Daar kwamen snel de wereldwijde lockdownmaatregelen achteraan, met tot nu toe niet te overziene gevolgen. Onlangs werd weer een groot evenement afgezegd, het met 170.000 deelnemers grootste IT-evenement ter wereld, Dreamforce in San Francisco. Ook hier weer met grote gevolgen voor de lokale economie.

Nu is het instorten van de markt voor fysieke evenementen slechts een van de meest direct zichtbare gevolgen van de crisis voor de IT. Het effect van de crisis op vraag, aanbod en de tussenliggende supply chain zal pas veel later duidelijk worden. COVID-19 heeft echter ook onverwachte neveneffecten op de technologiemarkt. Al snel bleken de lockdownmaatregelen een ongekende stimulans voor collaboratie-diensten als Zoom en Teams. Ook AI en robotics staan plotseling volop in de belangstelling, bij een veel breder publiek dan voorheen.

De reddende app

De coronacrisis heeft bij overheid en bedrijfsleven razendsnel voor een breed scala aan problemen gezorgd, van wetenschappelijk onderzoek naar het virus tot uitvoeren van steunmaatregelen. Voor alle problemen is ondertussen wel een oplossing in technologie gezocht, soms terecht, soms ondoordacht. Sinds het uitbreken van de coronacrisis heeft technologie daarom volop gefigureerd in het nieuws, zowel positief als negatief.

De Nederlandse overheid heeft hierin een twijfelachtige rol gespeeld. In een goedbedoelde poging om de besmettingen met het coronavirus te volgen stelde Minister Hugo de Jonge voor in ijltempo een app te ontwikkelen om op basis van Bluetooth-technologie mensen en eventuele besmetting met het virus te volgen. De terecht geprezen openheid bij het overhaaste ontwikkelproces had als neveneffect dat de onkunde van de overheid in de omgang met technologie pijnlijk duidelijk werd.

Technologie als panacee

De beslissing waardoor het project gedoemd was te mislukken is een klassieke fout: de regering ging op voorhand uit van een bepaalde technologie, in dit geval een app op de smartphone die moest werken met Bluetooth. Het uitgangspunt was niet de onderliggende vraag. Met ook nog eens een deadline van twee weken. Dit bleek al snel onhaalbaar: Bluetooth is helemaal niet geschikt voor nauwkeurige contactregistratie, de beoogde productietijd was onrealistisch en er bleek grote weerstand te bestaan tegen de gevolgen van de surveillance met een app. Dit laatste aspect plaatste de ethische kant van AI plotseling midden in het publieke debat, eveneens een van de onverwachte neveneffecten van de coronacrisis.

In Nederland bleek de ethische discussie effect te hebben, maar de coronacrisis laat zien dat er veel landen zijn die een ander idee hebben over de relatie tussen privacy en mensenrechten aan de ene kant en de vergaande surveillancemogelijkheden van technologie. China heeft bijvoorbeeld geen enkel probleem met het inzetten van robots en camera’s bij het in de gaten houden van de eigen bevolking. En de politie van Tunesië stuurde een robot de straat op om fysiek te controleren of mensen zich tijdens de lockdown wel buiten mochten bevinden.

Robots komen te hulp

De crisis heeft ook geleid tot veel positieve toepassingen van robotics. Zo worden in verschillende landen fysieke robots ingezet om het medische personeel te ondersteunen bij het verplegen van coronapatiënten. Een greep uit de recente aankondigingen: zo levert het Chinese PuduTech een robot aan Chinese ziekenhuizen die coronapatiënten eten brengt. Het Deense bedrijf UVD Robotics heeft een robot op de markt gebracht die zelfstandig ziekenhuiskamers kan desinfecteren met UV-licht. En in de Verenigde Staten maakt de bezorgdrone van Alphabet-dochter Wing een flinke groei door.

In Nederland zijn het vooral de softwarerobots die in korte tijd hun waarde hebben bewezen tijdens de crisis. Robotic Process Automation (RPA) zit duidelijk in de lift, zeker nu steeds meer praktijkvoorbeelden laten zien hoe een robot, of virtuele medewerker, het werk van mensen leuker en makkelijker maakt.

Saai werk

‘Haal de robot uit de mens', is een uitspraak die vaak wordt gebezigd bij RPA. Dat blijkt in praktijk ook, omdat de robot saai en repetitief werk, vaak met grote volumes, overneemt. Onvermoeibaar, zonder klagen. Luchtvaartmaatschappij Transavia bijvoorbeeld werd bij het uitbreken van de crisis geconfronteerd met het verwerken van talloze annuleringen en wijzigingen. Dat heeft de luchtvaartmaatschappij kunnen opvangen door binnen zestien uur een robot neer te zetten om dit af te handelen.

Ook de decentrale overheid kreeg door de coronacrisis te maken met een enorme piek in administratieve werkzaamheden. Een deel van de steunmaatregelen van de overheid, zoals de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO), wordt uitgevoerd door gemeenten. Op verschillende gemeentehuizen, waaronder die van Alphen aan den Rijn en Hilversum, is daarom een virtuele medewerker ingezet om die aanvragen te verwerken. Waar een ambtenaar er twee per uur verwerkt, is dat bij een robot dertien.

De lessen van de crisis

De coronacrisis blijkt, zoals vaak bij een crisis, dus als katalysator te fungeren voor innovatie met nieuwe technologie. De les is wel dat innovatie niet begint bij die technologie, maar bij een praktisch vraagstuk waar de toepassing van een bepaalde technologie het beste antwoord op is. Het meenemen van de ethische component van die oplossing is cruciaal voor het succes ervan, onder meer in de vorm van brede acceptatie. Alleen dan is technologie de Deus ex Machina die het verhaal tot een goed einde brengt.

Terug naar nieuws overzicht