Vertiv: Datacenterbranche verkleint CO2-voetafdruk doelgerichter

Er moet nagedacht worden over het slim hergebruiken van restwarmte

Remko Gerards, Vertiv
05-07-2022 | door: Johan van Leeuwen
Deel dit artikel:

Vertiv: Datacenterbranche verkleint CO2-voetafdruk doelgerichter

Datacenterbedrijven liggen onder een vergrootglas als het om duurzaamheid gaat. Bij Vertiv, leverancier van bedrijfskritische infrastructuur en connectiviteitsoplossingen, staat het heel nadrukkelijk op de agenda. Reseller Manager Benelux Remko Gerards ziet dat de sector stappen zet en voorspelt dat het thema de komende tijd nog doelgerichter wordt aangepakt.

Een deel van de datacenterbedrijven is al heel wat jaren bezig met het verbeteren van de efficiëntie en het verkleinen van de CO2-voetafdruk. Maar vanwege media-aandacht en protesten bij de bouw van nieuwe datacenters staat het thema nu bij de hele industrie op de agenda. Dat is ook nodig, want er is nu wereldwijd in totaal voor ongeveer 2,9 gigawatt aan nieuwe datacentercapaciteit in aanbouw.

Om duurzamer te kunnen zijn, zijn technologische doorbraken nodig, vindt Remko Gerards. En daarvoor is er behoefte aan samenwerking. Bijvoorbeeld tussen de publieke en private sector. Daarom werkt Vertiv sinds kort samen met RISE Research Institutes of Sweden, dat eigendom is van de Zweedse staat en dat wordt ondersteund door fondsen van de Europese Unie. RISE werkt samen met universiteiten, de datacenterindustrie en de publieke sector. Facebook (nu Meta) en Ericsson horen bij de oprichters. RISE voert industrieel onderzoek uit en werkt aan innovatie, allemaal rondom duurzaamheid.

Het is niet de enige samenwerking waar Vertiv aan meedoet. Het bedrijf is ook onderdeel van de Sustainable Digital Infrastructure Alliance (SDIA) en de European Data Center Association (EUDCA) en draagt bij aan het Climate Neutral Data Centre Pact met hetzelfde doel als dat de Europese Commissie stelde: klimaat-neutrale datacenters in 2030.

Testen
De samenwerking met RISE draait onder meer om het testen van nieuwe technologieën voor datacenters. Die technieken zijn onder meer homomorphic encryption, machine learning, autonome digitale infrastructuur, zelfherstellende systemen en thermische beheersystemen. “Eén van de vragen die we ons stellen is: hoe kunnen we de servers laten samenwerken met de koeling ter plaatse om zo voor gunstiger energieverbruik te zorgen?”, vertelt Gerards. “Het RISE-project kijkt naar beide kanten van de medaille: zowel de mechanische infrastructuur voor koeling als ook het IT-gedeelte ervan. Alleen door dat te doen kunnen we onze CO2-voetafdruk verkleinen en de prestaties in datacenters verbeteren.”

Vandaag de dag wordt de meeste energie in datacenters omgezet in warmte en dus niet hergebruikt. Het RISE-project onderzoekt manieren om dat wel te doen, onder meer voor landbouw, het drogen van biomassa of voor de verwarming van steden. RISE deed al een haalbaarheidsstudie naar stadsverwarming wanneer water met een temperatuur van 90 tot 95 graden via verschillende buizen wordt aangevoerd. “In plaats van een focus op koelen, richten we ons dan op het weghalen van de warmte uit datacenters”, geeft Gerards aan. Hij noemt ook kassen als mogelijke eindbestemming van die warmte. Mogelijk kunnen datacenters een massaproducent van warmte voor de lokale gemeenschap worden, zo verwacht hij. Door de stijgende gaskosten vandaag de dag zou dat extra interessant zijn.

Lithium-ion-accu
Een ander punt waarop datacenters winst kunnen halen, is onder meer het energiezuiniger maken van hardware en software, zo legt hij uit. Nu kunstmatige intelligentie en andere nieuwe technische innovaties meer vragen van datacenters, zal het gebruik van schone energie nog belangrijker zijn. Daardoor zullen brandstofcellen en efficiente opslagsystemen voor energie op grotere schaal worden toegepast. Ook zullen er vaker geprefabriceerde datacenters worden gebouwd die energie-efficiëntie en een lage CO2-uitstoot als prioriteit hebben.

Hij noemt het voorbeeld van lithium-ion-accu’s. Er was jarenlang veel scepsis over het recyclen van deze accu’s, maar in Noord-Amerika is daar nu een goede infrastructuur voor. Een aantal bedrijven haalde daar grote publieke en private financieringen binnen voor lithium-ion-recycling. Gerards voorspelt dan ook dat die accu’s nu volledig zullen worden geaccepteerd.

Hyperscalers
Hij ziet positieve veranderingen in de gehele datacenterbranche en verwacht dat die lijn de rest van dit jaar en de komende jaren verder wordt doorgezet. “De afgelopen jaren hebben hyperscalers goede maatregelen genomen om te kunnen voldoen aan doelstellingen voor CO2- en waterneutraliteit”, zegt hij. “Google kondigde aan om in 2030 alleen CO2-vrije energiebronnen te gebruiken, terwijl Microsoft het doel stelde om in dat jaar CO2-negatief en waterpositief te zijn.”

“Daardoor zullen meer organisaties kiezen voor digitale oplossingen”, voorspelt hij. Hij doelt onder meer op hybride gedistribueerde energiesystemen die zowel wissel- als gelijkstroom kunnen leveren. “Dan kan het energieverbruik volledig met hernieuwbare energie gebeuren. Het geeft extra opties om de efficiëntie te verbeteren en minder CO2 uit te stoten.”

Voor colocatieaanbieders zijn er steeds meer financiële prikkels om milieuvriendelijke oplossingen in te bouwen. Als zij grote hyperscalers willen aantrekken, zoals AWS, Google of Meta, zullen ze moeten voldoen aan stevige eisen op het gebied van CO2-uitstoot, efficiëntie en optimalisatie. Gerards: “Om dat mogelijk te maken, stappen sommige aanbieders over van diesel-generatoren naar waterstof-generatoren en gebruiken ze accu’s met een lange levensduur, of kiezen ze voor hernieuwbare energie – soms alleen lokaal gegenereerd - als belangrijkste energiebron.”

Infrastructuur
Een van de grootste uitdagingen bij het verduurzamen van datacenters is de infrastructuur. Daarvoor is er samenwerking nodig tussen de beheerders van datacenters, de aanbieders van infrastructuur en stadsplanners. “De infrastructuur in de regio moet centraal worden gesteld, waarbij bijvoorbeeld gebruik gemaakt kan worden van on-site hernieuwbare energiebronnen en energieopslag. Er moet ook nagedacht worden over het slim hergebruiken van restwarmte.”

Dan is er nog de uitdaging van het watergebruik in datacenters, met name in gebieden met veel droogte. “Organisaties die hun waterverbruik proberen te verminderen, maken steeds vaker gebruik van thermische systemen die geen water verbruiken en die in potentie vele miljarden liters per jaar kunnen besparen. Koelmiddelen die dat niet kunnen worden steeds meer uitgefaseerd”, verwacht ik.

Intensieve samenwerking
“Het benoemen van deze strategieën en het implementeren ervan zijn twee totaal verschillende dingen”, benadrukt Gerards. “Er is intensieve samenwerking nodig tussen grote marktleiders en allerlei andere partijen. Maar nu er zoveel innovatieve oplossingen op de markt komen, wordt de kloof tussen idee en adoptie steeds kleiner. We zoeken met Vertiv naar technologische vooruitgang, door fris na te denken en te zorgen voor innovatie die een echte impact heeft. Technologie is geen garantie voor schone energie en minder CO2-uitstoot, maar het kan het wel ondersteunen.”

Auteur: Johan van Leeuwen

Terug naar nieuws overzicht
Future of Business Technology